In het hele land stoppen zorgorganisaties met dagactiviteiten. Zorgverleners in de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg kunnen de activiteiten niet in de lucht houden omdat nog maar weinig cliënten een indicatie voor groepsbegeleiding hebben na de grote herindicatieronde in de AWBZ. Gemeenten hebben niet altijd vervangende activiteiten geregeld in het kader van de Wmo.
Zorgorganisatie De Zorgboog, die ouderenzorg aanbiedt in een aantal Brabantse gemeenten, heft op vier locaties de dagactiviteit op. Per 28 juni 2010 zal het aantal plekken waar de instelling intramurale voorzieningen heeft van negen gemeenten worden teruggebracht naar vijf. Het gaat om zowel activiteiten voor thuiswonende cliënten met dementie als activiteiten voor thuiswonende cliënten met lichamelijke problemen.
“Nu de herindicatieronde van de pakketmaatregelen in de AWBZ is afgerond en de overgangsperiode voor deze maatregel de komende maanden ten einde loopt, wordt duidelijk hoeveel mensen precies nog een indicatie hebben voor dagbegeleiding”, zegt hoofd zorg Diana Rijntjes van De Zorgboog. “Bij ons is nu duidelijk geworden dat van de groep somatische cliënten dertig procent hun indicatie kwijt zijn geraakt en voor de groep licht dementerende ouderen zeventien procent geen recht meer hebben op dagactiviteiten.” In de maanden mei en juni bespreekt De Zorgboog met de thuiswonende cliënten die hun activiteit in de buurt hebben verloren hoe zij op een van de vijf locaties terecht kunnen komen waar De Zorgboog nog wel activiteiten ondersteunt. Het betreft ongeveer twintig cliënten.
De Zorgboog is niet de enige organisatie die met dit probleem te maken heeft. “Het is een landelijk fenomeen”, zegt Rijntjes. “Bij de gehandicaptenzorg en ggz hebben ze al veel groepactiviteiten moeten stopzetten, maar omdat de V&V-sector later in deze bezuiniging aan de beurt kwam, zijn de effecten in deze sector ook later bekend geworden.” De gemeenten in de regio hebben nog geen vervangende activiteiten georganiseerd vanuit de Wmo, aldus Rijntjes. “De gemeente Helmond is een uitzondering met een eigen dagactiviteit voor ouderen. Bij de andere gemeenten is nog niets geregeld.”
In de ggz is een bekend voorbeeld van de effecten van de herindicatieronde de sluiting van het dagactiviteitencentrum in Alkmaar van de GGZ Noord-Holland Noord. In de gehandicaptenzorg moest Talant eerder al drie logeerhuizen sluiten vanwege de pakketmaatregel. Woordvoerder Jaap Knoppert van brancheorganisatie ActiZ herkent het probleem van De Zorgboog. “We kunnen er nog geen getallen aan verbinden maar we horen van veel leden dat er inderdaad problemen zijn met deze vorm van zorg. Zorgaanbieders proberen er op verschillende manieren mee om te gaan. Je ziet veel organisaties die gaan samenwerken om de dagactiviteiten overeind te houden of andere creatieve oplossingen en je ziet inderdaad ook veel locaties sluiten.”
Over de rol van de gemeente zegt Knoppert: “Gemeenten moeten dit oppakken en dat gebeurt ook al in verschillende gevallen. Maar dat verschilt nog erg per gemeente.” Omdat de overgangsregeling voor de pakketmaatregel nog een aantal maanden duurt, hebben nog niet alle V&V-instellingen scherp hoeveel klanten hun indicatie voor de dagactiviteit gaan verliezen. Bestuurder Jan Joris Heling van Savant Zorg: “Op dit moment is het nog te pril voor ons om te zeggen wat de gevolgen zijn. Maar ik hoor wel verontrustende signalen van collega’s.”
Bron: Zorgvisie.nl
GGZ stijgt in overzicht meest favoriete werkgevers van Nederland
In het eerste kwartaal van 2010 is de ggz maar liefst zeven plaatsen gestegen in het overzicht van de meest favoriete werkgevers van Nederland. De ggz staat daarmee op de elfde plaats.
De top 20 van de barometer Meest Favoriete Werkgever is hieronder weergegeven. Tussen haakjes staat de plaats die de betreffende werkgever in 2009 had op de lijst.
1 (2) Shell
2 (1) Rabobank
3 (3) Philips
4 (6) ING
5 (5) KLM
6 (8) Defensie
7 (4) Politie
8 (7) Het Rijk
9 (24) TNT
10 (27) Heineken
11 (18) GGZ
12 (14) Albert Heijn
13 (9) Nederlandse Spoorwegen
14 (15) KPN
15 (17) Brandweer
16 (22) Google
17 (28) Akzo Nobel
18 (34) DSM
19 (103) AMC
20 (11) ABN AMRO
Bron: Intelligence Group
Liberalisering hapert, zorg dreigt dood te bloeden op operatietafel
Hugo de Bruin - De liberalisering van de gezondheidszorg is in volle gang, althans zo lijkt het. De praktijk laat zien dat de marktwerking van de zorg momenteel tussen wal en schip verkeert. De overheid schaft vergoedingen af terwijl zij vrijwel geen ruimte creëert om te ondernemen. [LEES VERDER]
Het ministerie van VWS is als een bange ouder die het kind meer verantwoordelijkheden wil geven maar niet durft vrij te laten. Dit gedrag is funest voor de ontwikkeling van de zorgsector. Het is kiezen of delen, een stukje marktwerking bestaat niet.
Meer tijd nodig
Een aantal jaren terug leek het ministerie vastbesloten om binnen enkele jaren marktwerking te introduceren in de zorgsector. Gaandeweg bleek al snel dat bepaalde besluiten meer tijd nodig hadden. Nu constateren we dat de liberalisering stagneert waardoor de gezondheidszorg dreigt dood te bloeden op de operatietafel.
Marktwerking is slechts een mogelijke invulling van het bestel van de gezondheidssector. Het hangt veelal af van politieke voorkeur of een dergelijk bestel wenselijk is.
Funest voor de sector
Halve of gepolderde marktwerking is in elk geval niemands ideaal en is daarbij ook funest voor de sector omdat het innovatie en efficiency ten behoeve van patiënten in de kiem smoort. De politiek creëert een stelsel waarbij de vrijheid gepaard gaat met controle en overregulatie: een 'mission impossible'.
Zo heeft de politiek bedacht dat het goed is wanneer zorginstellingen in een vrije markt concurreren op prijs met de introductie van het B-segment in de gezondheidszorg in 2007. Dit betekent dat zorginstellingen voor bepaalde delen van de zorg mogen onderhandelen met verzekeraars over de prijzen van behandelingen.
Dit klinkt mooi, ware het echter niet dat de prijzen in werkelijkheid alleen vrij naar beneden mogen bewegen: aan de bovenkant gelden straks prijsplafonds of kan zelfs de Nederlandse Zorgautoriteit ingrijpen, zoals bij de 'aanmerkelijke marktmacht' van een apotheek in Breskens.
Zorgaanbod beperken
Een verdere stap richting marktwerking is de stimulans om meer ondernemer te worden, bijvoorbeeld door je als zorginstelling te specialiseren in bepaalde behandelingen. Het is bestaande aanbieders echter vaak niet toegestaan om hun zorgaanbod te beperken - denk bijvoorbeeld aan postcodebeleid en het voorgestelde verbod op sluiting van spoedeisende hulp (SEH).
Zelfs voor wie succesvol is in zijn specialisme, is dat geen garantie voor extra omzet. Extra productie wordt immers niet vanzelfsprekend vergoed door afzetplafonds bij verzekeraars en zorgkantoren.
Een derde stap in de richting is de afschaffing van de kapitaallasten. Vroeger kregen zorginstellingen de kapitaallasten van hun vastgoed vergoed. Momenteel moeten zorginstellingen zelf grotendeels opdraaien voor deze lasten, terwijl zij feitelijk geen eigenaar worden van het pand - het College Sanering ziet hierop toe.
Torenhoge schulden
De instellingen zijn nu verzekerd van in hun voortbestaan bedreigende torenhoge schulden, terwijl de zekere inkomsten zijn weggevallen en zij niet naar de private kapitaalmarkt mogen voor extra financiering. Deze poldermarktwerking heeft ertoe geleid dat de zorg met minder geld meer moet doen, zonder dat zij de vrijheid heeft gekregen om zichzelf efficiënter en marktgerichter in te richten.
We zien dat het huidige bestel onwerkbaar en onhoudbaar is. De politiek moet daarom een keuze maken: of we gaan door met de marktwerking of we draaien alles terug. De stap richting marktwerking is gezet, maar als we de volledige transitie willen maken dan zullen we onze weg moeten vervolgen en niet blijven aarzelen.
Vertrouwen geven
Het ontnemen van ruimte aan zorginstellingen om de vruchten te plukken van de marktwerking hoort daar niet bij. Het geven van verantwoordelijkheid gaat samen met het geven van vertrouwen en niet met meer regulering en controle.
Een stukje marktwerking bestaat niet, vandaar de oproep om vol gas te geven, vooruit dan wel achteruit.
Bron: Hugo de Bruin (adviseur gezondheidszorg bij adviesbureau Boer & Croon)