16 november, 2011: U leest de vijfde editie van onze nieuwsbrief in 2011. Begin november is met alle medewerkers van Cure4Finance en Cure4Projects het 5-jarig jubileum gevierd in Maastricht. Trots zijn we op de wijze waarop wij zijn uitgegroeid tot een volwaardig dienstverlener op bedrijfskundig en financieel administratief gebied in de zorgsector. In de vorige nieuwsbrief kondigde wij reeds de fusie van Cure4Finance en Q-note aan. Onder het nieuwe label Cure4Projects zijn inmiddels enkele oude projecten succesvol afgerond en enkele nieuwe projecten gestart. Vol vertrouwen kijken wij uit naar de groei van Cure4Projects in het jaar 2012.
Publicaties Cure4Finance:
U kunt op de hoogte blijven door ons te volgen op Twitter:
@Cure4Finance voor outsourcing en interim opdrachten
@Cure4Projects voor adviestrajecten in de zorg
Inkoopbeleid en startende GGZ-instellingen
De bezuinigingen in de GGZ die door het ministerie van VWS zijn aangekondigd zullen effect hebben op het inkoopbeleid van zorgverzekeraars. Voor nieuwe toetreders op de markt (startende GGZ instellingen die niet onder het representatiemodel vallen), betekent dit goed monitoren van de inkoopvoorwaarden van de verzekeraars. Daarnaast zullen nieuwe instellingen zich moeten focussen op het benoemen van hun unieke zorgaanbod en doelmatigheid.
Inkoopbeleid zorgverzekeraars
Het inkoopbeleid van zorgverzekeraars voor nieuwe toetreders op de markt wisselt sterk per verzekeraar. Ook de timing van de inkoopprocedures is per verzekeraar anders. Zo is bij Menzis de inkoopprocedure reeds gesloten op 1 november (indien je een contract wenst dat start op 1 januari 2012) en start de inkoopprocedure van Achmea/Agis pas op dinsdag 15 november. Houd de websites van de verzekeraars dus goed in de gaten!
Boer en Croon noemt in haar rapport ‘Van Instituten naar Ondernemingen in de GGZ' dat er kansen zijn voor nieuwe aanbieders in de GGZ. Zij geven aan dat wie in staat is om een organisatie te vormen die past bij een specifiek deelsegment in de markt nog kan profiteren van een groei van de markt en een verlies van marktaandeel van de traditionele aanbieders.
Het is positief om in het rapport van Boer en Croon te lezen dat er voor startende zorginstellingen nog mogelijkheden zijn om een plekje te veroveren in de GGZ-markt. Wij raden startende zorginstellingen aan om zorgvuldig aandacht te besteden aan het beschrijven van hun unieke zorgaanbod en doelmatigheid om een kans te kunnen maken bij de zorgverzekeraars.
Bron: ‘Van instituten naar ondernemingen in de GGZ, een bedrijfseconomische studie naar de toekomstige structuur', Boer en Croon
Met ingang van 1 januari 2012 wordt voor de tweedelijns GGZ een eigen bijdrage ingevoerd voor verzekerden van 18 jaar of ouder. De bijdrage mag maximaal 1 keer per patiënt per jaar worden geïnd.
Na lang onderhandelen is overeengekomen dat niet de GGZ-instellingen, maar de zorgverzekeraars verantwoordelijk worden voor de inning van de eigen bijdragen.
De bijdrage betreft:
Veel GGZ-instellingen hebben na bekendmaking van de introductie van de eigen bijdrage het in rekening brengen van no shows in de koelkast gezet. Het besluit dat GGZ-instellingen niet zelf de eigen bijdragen moeten innen lijkt dus de deur te openen voor het in rekening brengen van de no shows bij de patiënten.
Gebudgetteerde curatieve GGZ instellingen hoeven niet meer op te draaien voor de overschrijdingen van nieuwe aanbieders en vrijgevestigde gezien het feit ook vrijgevestigde en nieuwe aanbieders vanaf 2012 budgetafspraken moeten maken. Daarnaast is er met de mogelijkheid voor GGZ instelling om, net als de nieuwe aanbieders en vrijgevestigden te budgetteren op basis van DBC's, een gelijk speelveld ontstaan in de curatieve GGZ.
Vanaf 2012 mogen instellingen in de GGZ kiezen of zij afrekenen met budgetparameters of via diagnose behandeling combinaties (DBC's). De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) biedt deze mogelijkheid zodat instellingen minder administratieve lasten hebben Voorwaarde is wel dat er overeenstemming is met verzekeraars over de manier van afrekenen.
In het kort werkt het voorstel als volgt:
Instellingen maken net als nu een afspraak met zorgverzekeraars over de te leveren zorg in zowel budgetparameters als DBC's. Zij spreken ook een verhouding af tussen beide, de zogenaamde omrekenfactor (indien DBC gelijk is aan de oude budgetparameters dan is de omrekenfactor 1). Vervolgens registreert een instelling gedurende het jaar niet meer de budgetparameters, maar alleen DBC's. De instelling verantwoordt de werkelijke productie in DBC's, gecorrigeerd voor de omrekenfactor. Hierbij geldt dat net als nu het vooraf afgesproken budget alleen overschreden kan worden als de instelling en de zorgverzekeraar het eens worden over aanvullende productieafspraken.
Gezien het feit de NZa de registratie van budgetparameters niet langer verplicht stelt, hoeven instellingen geen dubbele administratie meer te voeren. Om in DBC's te kunnen verantwoorden moeten GGZ-instellingen voor 1 maart op hun budgetformulier aangeven voor welke manier van afrekenen zij kiezen.
Aanbieders die op of na 1 januari 2008 zijn en devrijgevestigdewaren al volledig afhankelijk van de DBC's. Daarnaast waren zij niet gebudgetteerd en maaktende laatste jareneen exponentiele groei door. Feit is nu dat zowel de niet gebudgetteerde ‘nieuwe aanbieders' , de vrijgevestigden en de gebudgetteerde curatieve GGZ-aanbieders afspraken kunnen maken op basis van alleen DBC's. Dit schept een zekere gelijkheid binnen de markt van de curatieve GGZ.
Daarnaast worden vanaf 2012 worden alle leveranciers van GGZ-zorg, dus ook de vrijgevestigde en nieuwe GGZ-aanbieders, gebudgetteerd. Dit is een maatregel waar de gebudgetteerde GGZ-aanbieders om hebben gevraagd en dat het eerlijk speelveld bevorderd. Interessant wordt nu te zien hoe de zorgverzekeraars hun betrekkelijk nieuwe risicodragende rol van budgetbewaker gaan vormgeven. Voor de GGZ is het afwachten waar de ruimte voor ontwikkeling en innovatie ontstaat.
Patiënten moeten van hun zorgverzekeraar een overzicht krijgen van de kosten van hun behandeling. Minister Schippers kondigde donderdag 10 november in de Tweede Kamer aan dat ze ook wil dat de zorgverzekeraars op hun website aangeven wat een bepaalde behandeling kost.
"Ik heb de verzekeraars er ook al eerder op aangesproken dat ze cliënten op de hoogte moeten houden en ik ga ze er nog een keer op aanspreken en anders moeten we het afdwingen. Dan kom ik met een wettelijke regeling. Iemand die zo veel zorgpremie betaalt, moet ook inzicht hebben in de kosten'', aldus de minister.
Schippers reageerde op een voorstel van Kamerlid Anne Mulder (VVD) die patiënten kostenbewust wil maken door ze de rekening te presenteren voor een ziekenhuisbezoek. De bewindsvrouw vindt dat de zorgverzekeraars aan de slag moeten. "Ze zijn heel lang een soort administratiekantoren geweest."
De kostenoverzichten moeten ook begrijpelijk zijn, vindt de minister. "Er zijn goede voorbeelden, maar er staan nu vaak alleen codes op van de behandelingen waar mensen nog niks mee kunnen.''
Nu krijgen zorginstellingen nog veel vragen over hun zorgkosten naar aanleiding van onduidelijke specificaties; kortom onnodige administratieve last op de schouders van de zorginstellingen. Het is goed dat de minister zorgverzekeraars wijst op hun verantwoordelijkheid van goede informatievoorziening.
bron: http://www.nu.nl
In het regeerakkoord staat dat personen met een IQ-score boven de 70 niet meer in aanmerking komen voor gehandicaptenzorg op basis van de AWBZ. De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) vindt deze maatregel onuitvoerbaar en onwenselijk. De betrouwbaarheid van IQ-testen is beperkt en de IQ-score (binnen range 50-85) zegt weinig tot niets over de ernst van de problemen en de aanwezige ondersteuningsbehoefte. De VGN heeft in een brief aandacht aan de Vast Commissie voor VWS gevraagd voor dit onderwerp.
Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid) worstelt met de maatregel om licht verstandelijk gehandicapten met een IQ tussen de 70 en 85 geen recht meer te geven op AWBZ-zorg. Ze stelde de in het regeerakkoord opgenomen maatregel deze zomer een jaar uit.
Donderdag 10 november gaf ze in de Tweede Kamer aan dat ze nog steeds bezig is te verkennen hoe ze deze maatregel op een nette manier kan uitvoeren. "Ik heb het een jaar uitgesteld omdat ik verder wil bestuderen hoe deze maatregel op een prudente manier kan worden uitgevoerd. Ik denk dat u daar voorlopig genoeg aan gehoord kan hebben. "
De staatssecretaris gaf eerder al aan dat niet alleen het IQ bepaalt of iemand zorg nodig heeft, maar de beperkingen en problemen van iemand. De IQ-grenzen bepalen echter wel of iemand in aanmerking komt voor langdurige (AWBZ-)zorg.
De staatssecretaris worstelt er dus mee. Het is ook de vraag of IQ test een juist middel is om te bezuinigen in de zorg. Zaak is in ieder geval dat zorginstellingen zich gaan voorbereiding op deze mogelijke maatregel en goed zicht gaan krijgen op hun zorgaanbod aan licht verstandelijk gehandicapten.
Bron:www.skipr.nl (ANP) en www.vgn.nl
De medisch-specialistische zorg zal in 2020 wezenlijk anders georganiseerd moeten zijn, wil deze zorg de veranderende zorgvraag kunnen beantwoorden. Er zal een herordening van het zorglandschap plaats moeten vinden.
Eind oktober is daarom het RVZ-rapport "medisch specialistische zorg in 2020" gepubliceerd. Belangrijkste adviezen zijn het opwaarderen van eerstelijns gezondheidscentra tot 24/7-centra en het aantal volwaardige basisziekenhuizen met een volledige spoedeisende hulp te halveren. De organisatie van de zorg volgt de vraag; het belang van de huidige organisaties is hieraan ondergeschikt en zal leiden tot het afscheid van de echelonnering van zorg. Het netwerk wordt belangrijker dan het ziekenhuis.
Dé uitdaging wordt ons inziens én-én: concentratie [high tech] en deconcentratie [low tech, basiszorg en ketenzorg]. Dit lijkt een (te) grote uitdaging voor de ziekenhuizen! Het is alleen op te lossen als alle betrokkenen belang van de patiënt leidend maken. Hierdoor krijgt de patiënt integrale zorg op de juiste plaats op het juiste moment door een netwerk van samenwerkende zorgverleners.
Bron: www.rvz.net
Vanaf 1-1-2012 wordt een nieuwe maatregel ingevoerd om de groeiende zorgkosten in de hand te houden, namelijk: het beheersmodel voor de honoraria vrijgevestigd medisch specialisten. Kern van dit model wordt gevormd door een omzetplafond, oftewel een maximum bedrag dat een instelling mag declareren aan honoraria van vrijgevestigd medisch specialisten. Dit omzetplafond wordt op instellingsniveau bepaald door de NZa, vaak gebaseerd op de omzet in 2009, 2010 of (geëxtrapoleerd) 2011.
Voor veel instellingen is het uitgangsjaar geen goede weerspiegeling van de ambities en begrotingen in 2012, hetgeen betekent dat het omzetplafond niet toereikend is. In dat geval kan getracht worden een verruiming van het plafond te verkrijgen. Samen met een zorgverzekeraar kan een verzoek tot verruiming van het plafond worden ingediend bij de NZa.
Wanneer er meer aan honorarium gedeclareerd wordt dan het plafond, dan moet de overschrijding afgedragen worden aan het Zorgverzekeringsfonds. Het risico bestaat dus dat gedeclareerd honorarium op een bepaald moment, wanneer het plafond gehaald is, niet betaald wordt. Het is dus zaak om continue te monitoren hoeveel honoraria er gedeclareerd is. Aandacht hiervoor bij het opstellen van de managementrapportages is dus geen overbodige luxe!
Maar indien er een overschrijding is, wie is dan in eerste aanleg verantwoordelijk de overschrijding en dus voor de terugbetaling? Volgens de berichtgeving van de NZa is dit de instelling. Uitgangspunt van de NZa is namelijk dat er binnen de instelling een constructie is waarbij de medisch specialist het honorarium aan de instelling declareert en de instelling vervolgens kosten in rekening brengt bij de verzekeraar of patiënt. Kortom, een risico voor de instelling!
Deze verantwoordelijkheid voor het plafond kan echter op verschillende manieren bij de medisch specialisten komen te liggen. Zo kan er een collectief van vrijgevestigd medisch specialisten worden opgericht binnen een instelling die verantwoordelijk is voor het omzetplafond. Bij overschrijding moet het collectief dan de overschrijding, via de instelling, afdragen aan het Zorgverzekeringsfonds.
Wat moet u nu alvast doen ten aanzien van het omzetplafond? In elk geval loont het om voor 1-1-2012 te investeren in een goede informatievoorziening aangaande gedeclareerd honorarium. Daarnaast is het aan te raden om met uw medisch specialisten afspraken te maken over mogelijke overschrijding. Want de rekening van een mogelijke overschrijding van het omzetplafond is niet een rekening die u als instelling wilt betalen.
Bron:
NZa: 29-09-2011. Circulaire: Invoering beheersmodel honoraria vrijgevestigd medisch specialisten
NZa: Beleidsregel BR/CU-2014: Beheersmodel honoraria vrijgevestigd medisch specialisten (‘voorgenomen beleid').
Hoewel de minister, zorgverzekeraars en zorgaanbieders zich in het bestuurlijk hoofdlijnenakkoord, dat zij op 4 juli van dit jaar hebben afgesloten, hebben gecommitteerd aan bevoorschotting van het onderhanden werk in ziekenhuizen, zijn hierover nog geen concrete afspraken gemaakt voor 2012. Zorgverzekeraars nemen op dit punt een afwachtende (en in sommige gevallen zelfs afwijzende) houding aan.
Wat heeft dit voor gevolg voor ziekenhuizen en ZBC's? Dat er grote liquiditeit veranderingen zijn per 01-01-2012 is duidelijk. Dat dit mogelijk tot problemen gaat leiden in de maanden erna lijkt ook vast te staan. Zijn instellingen in staat om via bankfinancieringen dit gat op te vullen of moeten zij wachten op de OHW Grouper die pas vanaf 01-04-2012 in gebruik genomen kan worden?
Daarnaast is het de vraag of instellingen in staat zijn om hun liquiditeitspositie in deze onzekere tijden goed in te schatten. Op basis van je productie en productieverwachting kan je een aanname doen, maar of alle ICT en participanten in het registratie en declaratieproces tijdig klaar zullen zijn om dan ook tijdig uit te kunnen betalen is nog maar de vraag. En hoelang hou je het dan vol?? Managementinformatie, budgetteren, goede afspraken met de bank in verschillende scenario's uitwerken lijkt meer houvast te geven voor de toekomst. To be continued!