Nieuwsbrief september 2011

26 september, 2011: We beginnen de nieuwsbrief met erg goed nieuws: de fusie van Cure4Finance met Q-note. Vanwege de groeistrategie en gezamenlijke visie hebben Cure4Finance en Q-note besloten op het gebied van advies in de zorg hun krachten te bundelen in Cure4Projects. Daarnaast gaan we deze nieuwsbrief in op de overlap tussen kwaliteit en financiën, maar ook op de mogelijke start van een regelarme zorg. U leest de vierde editie van onze nieuwsbrief in 2011.

Publicaties Cure4Finance:

  • Cure4Finance en Q-note bundelen krachten
  • Initiatieven in de zorg vanuit ondernemerschap
  • Beeldschermcontact
  • Kwaliteit ontmoet financiën
  • PGB: Welke waarheid ligt in de cijfers?
  • Column van Cure4Finance in ZNetwerk
  • No show GGZ
  • Vermindering van administratieve lasten in de AWBZ

 

Cure4Finance en Q-note bundelen krachten: Cure4Projects

Vanwege de groeistrategie en gezamenlijke visie van Cure4Finance en Q-note op het gebied van advies in de zorg, gaan wij onze krachten bundelen. De activiteiten van Q-note worden geïntegreerd in Cure4Finance. Verdere groei van Cure4Finance vindt dan plaats vanuit een sterke basis, een eenduidige boodschap en een nóg stevigere positie in de zorgmarkt.

Door de samenvoeging zullen de advies- en projectactiviteiten van Cure4Finance en Q-note worden uitgevoerd onder de merknaam Cure4Projects. De outsourcingsactiviteiten en het leveren van interim professionals blijven plaatsvinden onder de merknaam Cure4Finance. De integratie van beide maatschappijen is uiterlijk per 1 januari 2012 afgerond. Door de verwachte groei wordt  de komende tijd een verdere uitbreiding van de personele bezetting verwacht. Manager Yvette Koense van Q-note zal deel gaan uitmaken van het managementteam van Cure4Finance dat verder bestaat uit Jeroen Schenk en Dries van Acker.

Beide partijen zijn enthousiast over de kansen die de samenvoeging biedt. "De ontwikkelingen in de zorgwereld gaan snel. Er is veel vraag naar advies, bijvoorbeeld op het gebied van de nieuwe declaratiesystematiek (DOT), procesverbetering of zorgcontractering. Wij zijn blij dat we ons kunnen versterken met deskundige nieuwe collega's om aan de toenemende vraag van onze klanten te kunnen voldoen. Wij zien veel nieuwe kansen die we samen kunnen oppakken", aldus Jeroen Schenk van Cure4Finance.

Ook de klanten van Q-note gaan er op vooruit. Yvette Koense van Q-note: "Vaak gaat de vraag naar specifiek advies hand in hand met interim-oplossingen en verkenning van de mogelijkheden van bijvoorbeeld outsourcing. Het is voor de klant veel efficiënter om daarvoor bij één partij te kunnen aankloppen, wij zetten dan de juiste expertise in. Dat Cure4Finance daarbij nog eens veel kennis heeft van de zorgmarkt is een groot bijkomend voordeel."

Q-note is een adviesbureau dat zich richt op het verbeteren van de bedrijfsvoering en kwaliteit van zorg bij zorginstellingen. Met deze aanpak maakt Q-note strategie concreet en vertaalt deze naar hanteerbare en werkbare bedrijfs- en zorgprocessen. Net als Cure4Finance maakt Q-note deel uit van de eFocus Groep.

Initiatieven in de zorg vanuit ondernemerschap

In maart van dit jaar was de bijeenkomst ‘Social Media in relatie tot de financiële professional' een succes. Op donderdag 29 september 2011 organiseert Cure4Finance voor Financiële professionals in de zorg de volgende netwerkbijeenkomst.

Het onderwerp is: Initiatieven in de zorg vanuit ondernemerschap. Met sprekers Richard Hilverts van Vitaalpunt, Sven Pippel van Medgids en Yvette Koense van Cure4Projects.

Uitnodiging

Beeldschermcontact

Per 1 januari 2012 wordt het voor AWBZ gefinancierde instellingen mogelijk om beeldschermcontact met de cliënt vergoed te krijgen. "Per aangesloten cliënt die via beeldschermcommunicatie geïndiceerde  AWBZ zorg op afstand geleverd krijgt, kan hiervoor vier uur per maand tegen het afgesproken basis tarief worden gedeclareerd."
Beeldschermcontact is met name goed toepasbaar voor korte begeleidingsvragen. Ook valt te denken aan controleren bij medicatie inname, begeleiding bij insulinespuiten of ondersteuning bij het doen van administratieve handelingen. Een kans die zowel voor de patiënt als voor de zorginstelling veel voordelen op kan leveren.

Bron: http://www.zorgvisie.nl/ICT/Zorg-op-afstand-in-reguliere-bekostiging.htm

Kwaliteit ontmoet financiën

Jaarlijks zijn er een aantal publicaties waarin zorginstellingen worden vergeleken op basis van kwaliteit. Veel aandacht trekken de onderzoeken van Elsevier en het AD. Afgelopen zaterdag was het alweer de 8e keer dat de AD ziekenhuis top 100 bekend is gemaakt. Dit jaar heeft het AD een andere aanpak gekozen door  criteria te hanteren die de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de verenigingen van medisch specialisten aan ziekenhuizen stellen.

De bekende discussies over de zin en onzin van kwaliteitsmetingen in de zorg zijn ook nu aanwezig op diverse fora en in de media. Blijkbaar hebben publicaties over kwaliteit prikkels in zich die mensen ertoe bewegen over kwaliteit na te denken en of te onderzoeken. Uit veel meningen is te destilleren dat de huidige kwaliteits-instrumenten te weinig aansluiten bij de informatiebehoeften van én de zorginstellingen én zorgverzekeraars én patiënten.

Ondanks dat de huidige kwaliteitspublicaties niet altijd aansluiten bij ieders behoeften, heeft de landelijke discussie over kwaliteit er onder andere toe geleid dat vanuit medische beroepsverenigingen (Nederlandse Vereniging van Heelkunde) en ziekenhuizen (A12 ziekenhuizen) wordt gestreefd naar verhoging van kwaliteit door zorg te concentreren. Dat zorgverzekeraars en zorginstellingen zich willen inspannen om de kwaliteit te verhogen, is ook vastgelegd in de gezamenlijke notitie van VWS, zorgverzekeraars en zorginstellingen (Bestuurlijk hoofdlijnenakkoord 2012-2015).

Bovenstaande ontwikkelingen waren er mogelijk niet geweest wanneer de overheid de zorgmarkt niet had geprikkeld met kortingen. Het VWS geeft al langer aan dat ze een kwaliteitsverhoging nastreven en dat dit gepaard kan gaan met het opleggen van kortingen. In een artikel uit de Volkskrant wordt Zweden aangehaald als het voorbeeld waar een goede kwaliteitsmeting (lees: vergelijking van ziekenhuizen) leidt tot kostenreductie. Ook in dit artikel wordt de crux gelegd bij de kwaliteitsmeetinstrumenten, die vanuit de zorg zijn bedacht.

Zoals beschreven leidden de huidige acties om kwaliteit te meten en zorginstellingen te vergelijken ertoe  dat er positieve prikkels zijn ontstaan in het veld. Dit kan geprikkeld zijn door de kortingen die de minister de zorgmarkt oplegt. Maar naast de zoveelste korting schuilt er ook een kans in al die kwaliteitsmetingen. Wanneer u als zorginstelling actief inzet op uw kwalitatief best scorende activiteiten, is de kans zeer groot dat u dit beter kunt organiseren dan andere zorginstellingen. Anders geformuleerd; een betere verhouding tussen kosten en zorg kan dan leiden tot hogere positieve marges.

Hiermee heeft u als zorginstelling een instrument in handen waarmee u de regie kan voeren, zodat én de zorgverzekeraar goede zorg kan inkopen én de zorginstelling goede zorg betaalbaar kan leveren én de patiënt de zorg krijgt die het verdient. Kwaliteit in combinatie met betaalbaarheid? Het kan!

Bronnen: www.devolkskrant.nl en www.ad.nl

PGB: Welke waarheid ligt in de cijfers?

Sinds de aankondiging van de bezuinigingen in de AWBZ op 1 juni 2011 door Staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten van VWS vindt een hevige discussie plaats omtrent haar plannen om de uitgaven aan het persoonsgebonden budget (pgb) terug te brengen.

Het feit dat de pgb's goedkoper zijn dan zorg in natura maakt de keuze van de Staatsecretaris lastig en wellicht gedurfd. Echter, de aanzuigende werking en laagdrempeligheid van deze vorm van zorg heeft er voor gezorgd dat er meer zorgvraag is ontstaan dan verwacht.

Vanaf het begin leverde dit onderwerp veel discussie op binnen de politiek over de wenselijkheid van deze plannen. Traditiegetrouw beschuldigde de linkse partijen de Staatsecretaris van het extra hard aanpakken van de zwakkeren in de samenleving, terwijl de coalitiepartijen benadrukten dat de maatregelen nu eenmaal noodzakelijk zijn om de stijgende kosten van de zorg te beteugelen.

De discussie legde zich vervolgens toe op de vraag of de door VWS gepresenteerde besparingen juist waren berekend. Per Saldo, belangenvereniging voor pgb houders, kwam met een eigen doorrekening van de gevolgen van de aangekondigde maatregelen. Deze berekening toonde zelfs een toename in kosten.  Naar aanleiding van de onduidelijkheid over de daadwerkelijke gevolgen is door verschillende politieke partijen het Centraal Plan Bureau (CPB) gevraagd om beide berekeningen nader te analyseren en  een eigen berekening op te stellen.

Niet geheel verrassend komt de berekening van het CPB uit op een middenweg tussen die van VWS en Per Saldo: de besparing zal naar verwachting  600 miljoen euro zijn, waarbij er uit wordt gegaan van een afname in zorg voor de groep mensen die overgaat op zorg in natura. Daarnaast berekent het CPB een verwachte afname van 40.000 arbeidsplaatsen in de mantelzorg en een toename van 20.000 arbeidsplaatsen in de professionele zorg.

Waaruit bestaan nu de verschillen met de berekeningen van VWS en Per Saldo?
Kort gezegd gaat VWS uit van een groter aantal pgb houders gedurende het jaar 2011 (en rekent dit door naar 2015), verwacht VWS geen overgang van pgb extramuraal naar ‘zorg met verblijf' en rekent zij met gelijkblijvende kosten voor de pgb houders die straks over zullen gaan op zorg in natura.

De door het CPB gerapporteerde ‘tekortkomingen' in de berekeningen van Per Saldo hebben betrekking op lagere groeiverwachtingen van het aantal pgb houders tot aan 2015, daarnaast verwacht Per Saldo dat flink minder pgb houders geen gebruik meer zullen maken van zorg of overgaan op onbetaalde zorg. Ook gaat zij er vanuit dat de groep van mensen die zullen afzien van zorg een nu minder dan gemiddelde zorgvraag (en dus kosten) vertegenwoordigen en rekenen vervolgens met stijgende kosten voor degene die overstappen op zorg in natura.

Het is moeilijk te zeggen of het CPB nu de spijker precies op de kop slaat. Feit is dat het een middenweg lijkt op te leveren tussen de berekeningen van VWS en Per Saldo en dat beide partijen het eens lijken te zijn met de zienswijze/autoriteit van het CPB. De coalitie echter is niet te spreken over de werkwijze van het CPB en beticht haar van het destabiliseren van het kabinet. Zij betoogt niet tijdig op de hoogte te zijn gebracht van dit onderzoek door het CPB en dat het CPB daarnaast niet afdoende navraag heeft gedaan bij beide partijen over de gebruikte onderzoeksmethodiek.

Het vervolg hierop is dat beide partijen deze nieuwe cijfers nu uitleggen in hun eigen voordeel, als bewijs van hun gelijk. Vooralsnog lijkt de staatsecretaris niet te willen buigen voor de aanhoudende kritiek van de oppositie en verschillende zorgpartijen. Het voorlopig resultaat van de heftige reacties is wel dat er nu een voorstel ligt voor een vergoedingsregeling voor mensen die geen geschikte extramurale zorg in natura kunnen krijgen in ruil voor hun huidige pgb zorg. Praktisch gezien is het snijden in het pgb een relatief ‘eenvoudige' maatregel, die er op gestoeld lijkt de eenvoudigere zorgvragen terug te brengen naar onbetaalde zorg. Lastiger zal zijn het terugbrengen van de intramurale AWBZ zorg, waarvoor de aangekondigde scheiding tussen wonen en zorg in 2014 een eerste aanzet zal zijn. De verwachting is dus dat de staatsecretaris de nu ingeslagen weg niet zomaar zal verlaten.


Bronnen:

CPB:                       http://www.cpb.nl/publicatie/effecten-van-het-kabinetsvoorstel-voor-het-pgb

Zorgvisie:              http://www.zorgvisie.nl/

Nu.nl                      http://www.nu.nl/

No show GGZ

Jaarlijks gaat er veel geld en tijd verloren aan no shows. Dit geeft veel ergernis bij de zorgverlener die alle processen efficiënt heeft ingericht . Tot 2012 zijn er 2 mogelijkheden om de kosten van no shows gedekt te krijgen. De eerste is het registreren van zogenaamde no show tijd in de DBC en de tweede is het in rekening brengen van de kosten bij de patiënt. DBC-Onderhoud heeft onlangs bekend gemaakt dat vanaf 2012 er geen tijd (uitgezonderd eventuele reistijd) meer mag worden geregistreerd voor een no show in de GGZ DBC. Dat betekent dat GGZ-instellingen de kosten van de no show alleen nog bij de patiënt zelf in rekening kunnen brengen.

Tot op heden waren veel GGZ-instellingen erg huiverig voor het in rekening van no shows bij patiënten. De GGZ-instellingen die deze kosten wel al in rekening brengen bij de patiënt rapporteren echter positieve resultaten. Belangrijk is wel van te voren vast te stellen wat het gewenste resultaat is van de no show. De factuur van de no show aan de patiënt zal veelal de kosten van de no show niet dekken. Veel belangrijker resultaat van deze factuurstroom is echter dat het aantal no shows aanzienlijk slinkt.

Voor alle instellingen die nu gelijk de facturatie van no shows willen opstarten volgt wel een waarschuwing. Bij het niet goed inrichten van de procedure zal de administratieve last en tevens het resultaat (zowel in opbrengsten als in terugdringen van de no show) minimaal zijn. Zo moeten er duidelijke afspraken worden gemaakt op welke wijze de patiënt wordt geïnformeerd over het in rekening brengen van een no show. Intern moet besloten worden of alle doelgroepen de factuur ontvangen of alleen patiënten met de minder zware psychologische/ psychiatrische klachten. En hoe verloopt vervolgens het aanmaan- en eventuele incassotraject.

Op het moment dat een GGZ-instelling besluit vanaf 2012 de no show in rekening te brengen bij de patiënt is het zaak zo snel mogelijk met de softwareleverancier contact op te nemen. Lang niet alle leveranciers blijken deze factuurstroom (op korte termijn) te kunnen ondersteunen. Kortom, er moeten snel enkele keuzes worden gemaakt om te voorkomen dat de kosten van no shows volgend jaar uit de pan rijzen.

Vermindering van administratieve lasten in de AWBZ

Gemiddeld besteden zorgprofessionals 60% van hun werkdag aan directe zorgtaken en 40% aan administratieve taken. Terwijl mensen die in de zorg werken in de eerste plaats zorg willen verlenen, en geen formulieren invullen.

Afgelopen week heeft de ministerraad ingestemd met twee voorstellen van staatsecretaris Veldhuijzen van Zanten (VWS):
1) Zintuigelijk gehandicapten en ouderen van 80 jaar en ouder hoeven geen indicatie meer aan te vragen bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) om zorg te krijgen.
Mensen van 80 jaar of ouder kunnen zich voor de indicatiestelling voor verblijf in een AWBZ-instelling rechtstreeks wenden tot de instelling. Het gaat hier om langdurige zorg aan een groep voor wie opname in een instelling als enige optie onvermijdelijk is geworden. Het CIZ stelt nog wel formeel het indicatiebesluit vast.
Ook zintuiglijk gehandicapten hebben voor AWBZ-behandeling geen (her)indicatiebesluit meer nodig van het CIZ.

2) Vanaf 2013 de AWBZ zorg door de zorgverzekeraars te laten uitvoeren.  In het voorstel staat dat de zorgkantoren verdwijnen en de AWBZ-instelling en cliënten rechtstreeks naar de zorgverzekeraar gaan.

Beide voorstellen leiden tot een aanzienlijke vermindering van de administratieve lasten. Is dit de start van regelarme zorg?

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wil de bureaucratie in de langdurige zorg aanpakken en heeft zorginstellingen opgeroepen overbodige regels te melden. 

Bron: http://www.rijksoverheid.nl

Sitemap | Disclaimer | Privacy
2009 Cure4Finance